RED ONS COLLECTIEVE EN SOLIDAIRE PENSIOENSTELSEL

11 sep 2017 - Hub van Esten

RED ONS COLLECTIEVE EN SOLIDAIRE PENSIOENSTELSEL

Inhoudelijke grondslag voor de actie:! Samengevat bestaat de grondslag voor de actie om het pensioenstelsel te redden uit drie hoofdelementen, te weten: • de erkenning dat er sprake is van serieuze bedreigingen van het huidige stelsel, • de overtuiging dat behoud (en verbetering) van het huidige stelsel mogelijk en gerechtvaardigd is en tot slot: • het concrete eisenpakket.

1. Bedreigingen. Waardoor wordt ons pensioenstelsel bedreigd? Is er echt sprake van serieuze problemen? Of loopt het niet zo'n vaart? Ja, we moeten ons er van bewust zijn dat ons Nederlandse pensioenstelsel, dat alom wordt gezien als één van de beste stelsels ter wereld, al jaren onderhevig is aan serieuze bedreigingen. Die bedreigingen zijn niet zoals vaak door de politiek wordt beweerd de snel opgelopen levensverwachting, de financiële crises of de langdurig lage rente. Die problemen zijn immers op te lossen zoals zal blijken. Nee de echte bedreigingen zijn:

1.1. Geen pensioenopbouw door besparing op loonkosten De belangrijkste bedreiging wordt gevormd door wat wordt genoemd de 'veranderende arbeidsmarkt' waardoor een groeiende groep werknemers geen pensioen opbouwt en de fondsen op den duur zullen 'opdrogen'. Grote ondernemingen hebben om (loon)kosten te besparen delen van het personeel ontslagen om hen vervolgens, als zzp-er zonder sociale verzekering en pensioenopbouw, weer in dienst te nemen. Jonge werknemers worden in grote getale in tijdelijke en flexibele contracten te werk gesteld zonder pensioenopbouw.

1.2. Politieke ondersteuning besparing op loonkosten Een volgende bedreiging vormt de politiek zelf in de jarenlange ijver 'lastenverlichting voor het bedrijfsleven' te realiseren. Pensioenpremie en WAO-premie drukken op de 'loonruimte' en verlaging ervan is kassa voor werkgevers en voor werknemers een 'sigaar uit eigen doos'! Zo is in de CAO-rijk 2015 een loonsverbetering gerealiseerd ten koste van de pensioenopbouw en zijn de AOW- en pensioenleeftijd inmiddels verhoogd en bewegen nog steeds mee met de toenemende levensverwachting. Deze maatregelen van opeenvolgende regeringen hebben er (mede) voor gezorgd dat het vertrouwen bij de deelnemers in het pensioenstelsel is afgenomen. Ze hebben bijgedragen aan de opvatting dat de pensioendeelnemers, via vertegenwoordiging in de fondsen, geen (mede)zeggenschap hebben over hun gespaarde en collectief in pensioenfondsen beheerde loon.

1.3. Geen indexering ondanks uitstekende resultaten fondsen Daarnaast heeft de door De Nederlandse Bank (DNB) aan de pensioenfondsen opgelegde rekenrente er toe geleid dat het lijkt alsof de pensioenfondsen er slecht voorstaan terwijl de rendementen (ook) in de afgelopen jaren ca. 7% hebben bedragen en het vermogen gestaag is gegroeid! Door het hanteren van een risicovrije (lage) rekenrente wordt de vermogenspositie van de fondsen stelselmatig te laag ingeschat om aan hun verplichtingen te kunnen voldoen. Dat heeft geleid tot jarenlang niet indexeren en zelfs korten van pensioenen. Ook deze inmenging draagt bij aan versluiering dat pensioen geen gespaard en collectief beheerd loon is, waarover de deelnemers via vertegenwoordiging in de fondsen (mede)zeggenschap hebben.

1.4. Gebrek aan vertrouwen in het stelsel: dreiging tot wijziging pensioenstelsel De door het Kabinet Rutte in 2016 vastgestelde Perspectiefnota Toekomst pensioenstelsel gebruikt het afgenomen vertrouwen bij de pensioendeelnemers om met ingrijpende voorstellen tot stelselwijziging te komen. Speerpunt in het zaaien van twijfel over het pensioenstelsel vormen de jongeren. Hen wordt wijsgemaakt dat ouderen de pensioenpotten opsouperen, waardoor zij t.z.t. geen pensioen hebben. Hoewel in de Nota wordt volgehouden dat de fundamenten van het stelsel: collectiviteit, solidariteit en verplichtstelling ook voor de toekomst belangrijke uitgangspunten zijn zetten de voorstellen de bijl aan deze fundamenten want: a. een nieuw stelsel moet beter aansluiten bij persoonlijke voorkeuren van mensen (keuzemogelijkheden) en meer duidelijkheid bieden over wat mensen individueel kunnen verwachten; b. de zogenaamde doorsneesystematiek moet worden afgeschaft om 'oneerlijke herverdeling' te voorkomen van jongere naar oudere werknemers en van laag- naar hoogopgeleiden.

1.5. Nieuw Kabinet Ook het nog te vormen nieuwe kabinet vormt (mogelijk) een bedreiging. Volgens Bernard van Praag (Hoogleraar Universiteit van Amsterdam) komen de hervormingen die het huidige kabinet voorbereidt er op neer dat het pensioensysteem wordt geprivatiseerd en geliberaliseerd. Pensioenrisico’s worden op den duur volledig door het individu gedragen. Op de volgende onderdelen zal het nieuwe kabinet knopen willen doorhakken: a. het opheffen van de doorsneepremie b. aanpassen FTK (Financieel ToetsingsKader) c. realiseren van een stelsel van individuele rekeningen d. voorwaardelijke indexatie van aanvullende pensioenen e. vervangen van uitkeringsovereenkomst door premie-overeenkomst f. opheffen van verplichtstellingen in het pensioenstelsel.

1.6. Standpunt FNV-leiding tot nu toe. Als bedreiging zien we tot op dit moment ook nog de toegeeflijke houding van de FNV-vertegenwoordiging in de SER. Meedenken, meepraten, doorpolderen is wat daar gebeurt terwijl de hoofdrichting van de gesprekken is: meegaan in de vorming van een nieuw, slechter pensioenstelsel. Die houding zal moeten veranderen in: verzet, en strijden voor behoud en verbetering van het huidige stelsel!

 

2. Behoud Stelsel mogelijk Voor het behoud van het collectieve solidaire stelsel zal dus meer nodig zijn dan Jetta Kleinsma geloven op d’r blauwe ogen als zij zegt dat collectiviteit, solidariteit en verplichtstelling ook belangrijke elementen zijn voor een nieuw stelsel! Maar is er dan nog wel wat aan te doen, is het stelsel nog te redden en moeten we dat wel willen?

2.1. Verbeteringen huidig stelsel Jazeker, behoud van, en verbetering van, het huidige stelsel is mogelijk en gerechtvaardigd. Verbeteringen aanbrengen is heel wat anders dan een nieuw stelsel invoeren dat voor (bijna) iedereen tot verslechteringen en onzekerheden leidt. Verbeteringen voor mensen zoals zzp-ers en mensen met flexibele tijdelijke contracten zoals uitzendkrachten door verplichte pensioenopbouw in elk contract. Opheffen van de nadelen van de doorsneepremie. Deze verbeteringen kunnen in het huidige stelsel worden gerealiseerd!

2.2. Uitgangspunt: pensioen is uitgesteld en gespaard loon Belangrijk uitgangspunt bij het streven naar behoud van het stelsel is ook: het vermogen van de pensioenfondsen is het resultaat van ingelegde premies van werknemers en werkgevers en het daarop behaalde beleggingsresultaat. Het gaat dus niet om overheidsgeld maar om uitgesteld en gespaard loon van werknemers. Het is dus niet aan de politiek om daarover te beslissen. Handen af van ons eigen geld!

2.3. Redding stelsel: alleen met tegenmacht! Praten, onderhandelen over behoud en verbetering van het stelsel zal niet genoeg zijn. Er zal druk moeten worden uitgeoefend, actie moeten worden gevoerd om de belangen van pensioendeelnemers en gepensioneerden te verdedigen. Dat kan alleen als steeds meer mensen beseffen dat we gezamenlijk, binnen en buiten de vakbond, die tegenmacht kunnen opbouwen, nodig om de eigen pensioen-miljarden veilig te stellen voor jong en oud!

2.4. Vakbeweging: natuurlijke kern in opbouw tegenmacht Vanuit de vakbond zal de tegenmacht moeten worden opgebouwd. De conclusies uit de FNV pensioennota Samen delen, een sterke keuze (november 2016) zijn belangrijke inspiratie om het stelsel te redden en niet weg te geven in SER-onderhandelingen. De FNV, haar achterban en bondgenoten moeten worden gemobiliseerd voor deze tegenmacht. Een macht die gaat voor verbetering van het pensioenstelsel en geen verslechteringen accepteert!

3. Eisenpakket voor behoud en verbetering van het huidige stelsel. Een concreet eisenpakket baseren we op voornoemde FNV nota Samen delen, een sterke keuze, een eerder opgestelde Pensioennotitie Toekomstbestendigheid Pensioenen, en op een opgestelde Motie voor de FNV Sectorraad Senioren en het FNV Ledenparlement.

3.1. Het is aan werknemers en werkgevers om over wijzigingen van het pensioenstelsel te beslissen en niet aan de politiek.

3.2. Verbeteringen van het stelsel zijn nodig en mogelijk, maar daarvoor moet geen nieuw stelsel worden ontworpen;

3.3. Handhaving (verbeterde) doorsneesystematiek met tijdsevenredige opbouw, dat wil zeggen dat de doorsneepremie en de pensioenopbouw blijven zoals die nu is.

3.4. De verplichtingen van fondsen berekenen op basis van gerealiseerde langjarige rendementen van de pensioenfondsen in plaats van met een kunstmatig lage risicovrije rente.

3.5. Herstellen van indexering van de pensioenuitkeringen op basis van 3.4.

3.6. Opbouw van pensioen voor ZZP-ers en flexwerkers door afdracht van pensioenpremie in alle arbeidscontracten op te nemen. 3.7 Géén DC (premieovereenkomst) maar (voorwaardelijk) DB (uitkeringsovereenkomst).

Deel dit artikel

Geef een reactie op dit artikel

Jouw bericht