Pensioenen, wat het was, is en wat het wordt?

26 aug 2017 - ledenparlement

Pensioenen, wat het was, is en wat het wordt?

Open brief namens de 27000 senioren ZW aan de voorzitter van de FNV Rotterdam, 24 augustus 2017

Geachte heer Busker, beste Han,

Momenteel bereiken ons vele berichten dat er afspraken gemaakt (gaan) worden tussen sociale partners over het Nederlandse pensioensysteem van de toekomst. Het sleutelbegrip is het “toekomstbestendig maken” van het stelsel. Wij, ter zake kundige kaderleden, zien met lede ogen aan hoe allerlei pensioenregelingen worden bedacht en uitgestort over ons maar zonder ons.

Maatregelen waarvan wij weten dat die niet in het belang zijn van de tegenwoordige en toekomstige gepensioneerde werknemers. Met grote nadruk merken wij op dat het huidige stelsel bewezen heeft toekomstbestendig te zijn. De pensioenvermogens hebben zonder overheidssteun de achter ons liggende financiële crises doorstaan. Wij menen dat, afgezien van enkele verbeteringen, helemaal geen grote wijzigingen nodig zijn om het stelsel voor de toekomst veilig te stellen. Benodigd is slechts dat de verantwoordelijken, te weten werkgevers en werknemers hun verplichtingen blijven nakomen, en tevens politici hun verantwoordelijkheid nemen.

Voor de werkgevers en werknemers betekent dat, dat zij hun juiste premieaandeel betalen. De politici dienen de verplichte deelname aan pensioenfondsen te handhaven en uit te breiden naaralle tijdelijke en flexibele arbeidscontracten. Verder moeten politici maatregelen die de pensioenopbouw en de –uitkering bemoeilijken, ongedaan maken en in de toekomst achterwege laten. Politici hebben immers in de achter ons liggende tijd een irrationeel Financieel Toetsingskader (FTK) verplicht gesteld en de toegestane pensioenopbouw door het Witteveenkader sterk verminderd. Die betekenden verslechtering van huidige en toekomstige pensioenen.

En het verminderen van de pensioenopbouw heeft tevens als nadeel dat latere belastinginkomsten zullen ontbreken omdat die nu reeds verjubeld worden, hetgeen uiteindelijk zéér ten laste komt van de huidige, nu nog jonge generaties. Politici hebben bovendien nog allerlei fiscale en andere maatregelen genomen die de uitgekeerde pensioenen negatief beïnvloeden. Destijds is bij inrichting van het pensioenstelsel als doel geformuleerd dat ouderen na een arbeidzaam leven de door hen bereikte levenstandaard goeddeels zouden kunnen voortzetten. Circa 70% van het bruto eindloon was daarvoor voldoende omdat zulks vergezeld ging van politieke maatregelen die lagere lasten in het bruto-netto traject opleverden, en speciale, lagere tarieven voor allerlei zaken.

Dit beleid wordt niet meer gevolgd: bij gelijk bruto inkomen wordt van gepensioneerden voor zaken betreffende de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO) niet een lagere eigen bijdrage gevraagd zoals te verwachten zou zijn, maar juist een hogere! En bij compensaties voor lastenverhoging worden de gepensioneerden overgeslagen, zoals bijv. de compensatie bij de Wet Uniformering Loonbegrip (WUL) of de belastingverlaging van 2016. Politici moeten zich bovenstaande aanrekenen. Maar ook de werkgevers wensen zich van hun verantwoordelijkheid voor ons uitgesteld loon te ontdoen. Zij concentreren zich op lagere loonkosten terwijl de nationale loonquote nog zelden zo laag is geweest. Zij eisen “gedempte” premies, waardoor de fondsen minder premie-inkomsten ontvangen die dan moeten worden aangevuld door 'subsidies' uit de kapitalen van de pensioenfondsen met als direct gevolg dat de uitkeringen van de pensioenen in gevaar zijn. De overheid speelt daarin een dubbelrol: als grootste werkgever van het land doet zij graag mee aan de praktijk om minder premie te willen betalen, zowel voor verminderde opbouw als premiedemping, en dwingt dit af met haar macht als wetgever.

Overstappen van een systeem met tijdsevenredige opbouw (met een gelijk premiepercentage voor alle pensioendeelnemers en opbouw naar aantal jaren dat premie is betaald) naar degressieve opbouw (wel een jaarlijks gelijk premiepercentage, maar een geleidelijk afnemende opbouw van pensioenrechten, waardoor het lagere beginloon zwaarder telt in de hoogte van het pensioen) is niet nodig. Sterker, het is zeer onwenselijk want het leidt tot een beginloonsysteem en lage, zeer rentegevoelige uitkeringen. De ongewenste overdracht van laag betaalde naar hoger betaalde pensioendeelnemers in het bestaande systeem kan technisch gezien wel degelijk gecorrigeerd worden en heeft het paardenmiddel van een nieuw stelsel niet nodig. Het huidige pensioenstelsel is een individueel uitkeringssysteem met collectief beheer. Het jaarlijkse Uniform Pensioen Overzicht (UPO) geeft voldoende informatie aan de individuele deelnemer. Individuele ‘pensioenpotjes’ voegen niets wezenlijk toe. Zij betekenen een administratieve last en grotere onzekerheid omdat het echt bereikbare pensioen pas vanaf enige tijd – men spreekt van tien jaar – vóór de pensioendatum vastgesteld gaat worden. En dan is het te laat om er nog iets aan te doen.

Te grote nadruk op individuele potjes miskent de grote betekenis van collectiviteit in het stelsel. Ditzelfde dreigt als er een te groot scala aan keuzes moet worden gemaakt door de deelnemers zelf. Het leidt tot keuzestress, en te veel keuzemogelijkheden veroorzaken hoge uitvoeringskosten. Pensioenfondsen zijn geen ontwikkelingsbanken: zij behoren gewoon een optimaal en maatschappelijk verantwoord rendement te behalen. Inzet van pensioengelden voor andere zaken dan pensioen is het begin van afbraak. In de SER zitten vele geleerden die hun naam hebben verbonden aan veranderingen van het stelsel. Daar is geen objectieve beoordeling van de situatie meer van te verwachten. Andere, minstens even geleerde pensioenkenners verheffen inmiddels hun stem om te wijzen op de zinloosheid en kostbaarheid van de pogingen om een geheel nieuw stelsel te ontwerpen ter vervanging van het internationaal geroemde Nederlandse pensioensysteem.

Zij wijzen ook op de hoge transitiekosten die overschakeling naar een andere stelsel met zich mee zal brengen. Wij sluiten ons daarbij aan en houden vast aan het huidige stelsel gebaseerd op tijdsevenredige opbouw met doorsneepremie en zullen dit standpunt wijd verbreiden. Naar andere sectoren van FNV, binnen de FNV-Sector Senioren en buiten de FNV. Wij blijven daarbij uitgaan van: – de conclusies uit de FNV-pensioennota “Samen delen, een sterke keuze”; – de uitwerking daarvan in de notitie “Toekomstbestendigheid van pensioenen” die door de Sectorraad Senioren is vastgesteld; – de moties aangenomen in het Ledenparlement van 13 februari 2015 en 14 oktober 2016 en van de sectorraad Senioren van 2 maart 2017 en 14 juli 2017. Wij kaderleden zijn van mening dat FNV drastische stappen moet zetten. Het pensioenstelsel zelf moet behouden blijven: wat moet veranderen is het FTK met zijn irreële renteregels en het al te magere Witteveenkader. Dan kunnen veel pensioenfondsen de indexering hervatten van de pensioenuitkering. Er zijn vele mogelijkheden tot aanpassing van de regels om de gezondheid van de fondsen te bepalen, en van de premiesystematiek om ongewenste overdrachten te lijf te gaan, en om het Witteveenkader nader in te vullen teneinde het huidige stelsel te verbeteren en ten principale te behouden.

Wij, kaderleden, zijn van oordeel dat het belang van het behoud van het stelsel, zowel voor werkenden die pensioen opbouwen als voor gepensioneerden van wie de pensioenen al jaren niet geïndexeerd zijn, zo groot is dat de achterban hiervoor gemobiliseerd moet worden.

Wij menen dat de krachten om het solidaire en collectieve pensioenstelsel door fundamentele verandering willen aantasten, zo groot zijn dat alleen het ontwikkelen van vakbondsmacht het tij kan keren. Handen af van ons pensioen Zeggenschap over onze eigen poen! De FNV lijdt onder haar senioren opvallend ledenverlies. Dat mag zo niet doorgaan.

Wij rekenen erop samen met u de strijd aan te binden met hen die het stelsel bedreigen.

 w.g. Bert den Heijer, bestuurslid Sector Senioren Walcheren en per September lid Sectorraad Senioren, John Hendriks, secretaris en vice-voorzitter Sector Senioren Walcheren, Herman Huizer, voorzitter regio Zuidwest Sector Senioren, Jan Ilsink, voorzitter Sector Senioren Haagsteden, Cor Minnaard, kaderlid Sector Senioren West Brabant, Paul Vermaseren, lid bestuur Sector Senioren Zuid-Holland Centraal en regio Zuid-Holland West en lid Commissie Pensioenen Senioren, Ondersteund door kaderleden uit de verschillende FNV-afdelingen van Zuid-West: Wilma Barendse Dries Beukers Paul Bijlhouwer Martin Bontenbal Krein Hamelink J.M. van der Heide Bert den Heier John Hendriks Lucas Hoekman IJs den Hollander Herman Huizer Jan Ilsink John Jeijnekamp Paul Konings Leo Inklaar Piet Luitwieler Rob de Lugt Cor Minnaard Ax Muller Peter van der Nol Peter Reijsbergen Wil Rietveld Leo Speelman Paul Vermaseren Serge van Wenz Jan de Wit Jan van de Zedde 

Deel dit artikel

Geef een reactie op dit artikel

Jouw bericht