Wat gaan ze doen met ons pensioen?

24 aug 2017 - ledenparlement FNV

Wat gaan ze doen met ons pensioen?

Wat gaan ze doen met ons pensioen? Met de roep om meer individuele keuzevrijheid proberen rechts en de werkgevers een volgende stap te zetten in de neoliberale hervorming van het pensioenstelsel. Een helder links verhaal over de pensioenen ontbreekt. Hans Lammers sprak erover met Egbert Schellenberg en Michel Tilanus.

De afgelopen jaren werden veel gepensioneerden gekort op het pensioen dat zij zelf bij elkaar gespaard hebben. Ondertussen wordt jongeren voorgehouden dat zij betalen voor de pensioenen van ouderen. Hoe zit dit? Michel: Werkgevers spelen jong tegen oud uit. Er wordt gedaan alsof de doorsneepremie – een gelijk premiepercentage voor jong en oud – oneerlijk zou zijn, omdat jongeren dan voor ouderen zouden betalen. Maar jongeren worden zelf oud. Je betaalt vast vooruit in het kader van je eigen pensioenopbouw om te zorgen dat jouw pensioenaanspraak geïndexeerd kan worden. Naarmate je ouder wordt, heb je meer opgebouwd en moet er dus ook meer geïndexeerd worden. Dat zou onbetaalbaar worden als je daar niet opvooruit loopt.

Vergelijk het met een annuïteiten hypotheek maar dan andersom, want dat is een lening. Als je iedere maand even veel van de hoofdsom zou aflossen, dan zijn je maandlasten in het begin veel hoger dan aan het eind. Want de rente die je ook nog moet betalen over de resterende schuld is in het begin veel meer. Daarom strijkt men dat glad over de hele aflossingsperiode en betaal je in het begin vooral rente en aan het eind vooral aflossing. Annuïteit is in die zin een voorbeeld van een doorsneepremie. Terwijl de aflossing van de hoofdsom naar achteren wordt verschoven roept niemand: oud betaalt voor jong. Want het is jouw hypotheek.

Welnu: het is ook jouw pensioen.

Egbert: Jobhoppen betekent dan wel dat je het potje dat je al hebt opgebouwd onvoorwaardelijk mee moet kunnen nemen. Het klopt wat Michel zegt, er wordt met het spreken over de doorsneepremie net gedaan alsof het een omslagstelsel is zoals de AOW, waarbij de premies door werkenden worden opgebracht om de AOW-uitkeringen te kunnen voldoen. Maar ondertussen heeft er nog nooit zoveel geld in de pensioenpot gezeten.

Michel: Die grote pensioenpot is het resultaat van drie dingen. Ten eerste is de ECB nog steeds bezig om de rente laag te houden en geld in de economie te pompen. Maar productieve investeringen worden nauwelijks gedaan en het geld vloeit naar de aandelenbeurzen. Daarom is dat de enige plek met een hoge ‘inflatie’: de koersen stijgen en daar profiteren op dit moment ook de pensioenfondsen van. Tegelijk wordt door die lage rente de dekkingsgraad kunstmatig omlaag gedrukt en moeten de pensioenfondsen korten of mogen ze niet indexeren. Het geld blijft dus in de pot. Tenslotte: de fondsen hebben geen winstoogmerk en sluizen hun reserves dus ook niet door naar aandeelhouders.

Egbert: Als je dit uitlegt in bijvoorbeeld België dan zitten ze je aan te kijken of je gebruik maakt van de werking van het kapitalisme. Belgen zeggen: wij hebben AOW en dat is 60 procent van het inkomen. Maar we hebben in Nederland nu eenmaal die enorme hoeveelheid geld in de pensioenfondsen en nu wordt dat slecht gebruikt. We moeten uitleggen dat de marktrente politiek gemanipuleerd is en dat er geen enkele reden is om niet met een gemiddelde rendementsrente te werken. Bovendien wordt er met twee maten gemeten. Per 1 jan 2015 mag met de premievaststelling in beperkte mate rekening worden gehouden met het rendement. Dat voorkomt dus dat werkgevers hogere lasten hebben. Dus het mag wel met de premie, maar voor de dekkingsgraden mag het niet. Dus voor werkgevers mag het wel, maar voor de deelnemers - werknemers en gepensioneerden - houden we vast aan een systematiek die nadelig is. Er is op zich geen probleem met de pensioenfondsen. De hoeveelheid premie die erin gaat is groter dan dat eruit gaat aan pensioenuitkeringen. Gemiddeld ligt het rendement van de pensioenfondsen op 7%. Dat laat zien dat er ruimte is om te indexeren, maar zolang dat niet mag hoopt dat geld zich op. De fondsen zijn bestendig: bij het begin van de crisis in 2008 haalden de pensioenfondsen de dekkingsgraad niet, maar na drie jaar hadden ze dat alweer goedgemaakt.

Michel: Ja, terwijl toen de banken moesten worden uitgekocht. Geen enkel pensioenfonds moest door de staat worden gered op een paar excessen en fraudegevallen na. Kijk naar wat er bij de verzekeraars gebeurde. Die moesten ontkoppeld worden van de banken omdat het grote conglomeraten waren die in de problemen waren gekomen.

Egbert: Het enige fonds dat het niet goed deed was dat van Shell die van 178 miljard naar 80 miljard ging en met 2 miljard aan geleend geld had gespeculeerd op de aandelenmarkt. Shell had toen een bijstortverplichting. Waarom wordt dat geld opgepot?

Michel: Ze durven het nu niet te zeggen, maar er zullen in de toekomst wellicht premievakanties mee worden betaald of de werkgevers doen nieuwe grepen in de kas. Dat heeft de staat al een keer gedaan bij ABP. Dat zag ik ook in het bestuur van het pensioenfonds van Unilever. De werkgeversleden zaten altijd te azen op hoge rendementen zodat ze dan een premievakantie konden inlassen of terugstortingen konden doen. De vraag die ik wil opwerpen is: zal die 1400 miljard die in de pensioenfondsen zit, ooit werkelijk allemaal als pensioen worden uitgekeerd? Wat ik zie gebeuren is dat pensioenfondsen gedwongen worden te werken als een verzekeraar en gedwongen worden om te concurreren. Het ABP zie ik onderdeel worden van Achmea. Er is een hele ontwikkeling van privatisering van de oudedagsvoorziening. Dat begon met de Lissabon-agenda van 2000, een groot plan van de Europese Ronde Tafel van Industriëlen.

Nu hebben we een pensioengebouw met drie pijlers. De eerste pijler is de AOW, de tweede is het pensioenfonds en de derde is een eventuele persoonlijke polis als aanvulling. Dat moet volgens de Lissabon-agenda dus andersom: de derde pijler moet steeds groter worden. Verzekeraars willen graag winst maken op die enorme pot met geld. De aanval is al ingezet op de AOW, onder meer door het verhogen van de pensioenleeftijd. Nu zijn de pensioenfondsen aan de beurt. Werkgevers hebben daar ook belang bij, want die moeten zorgen voor aandeelhouderswaarde. In de oude defined benefit-regelingen (db; zie kader) moeten ze bijspringen om de pensioenuitkeringen te garanderen. De uitkeringen zijn immers vastgesteld en niet de bijdrage aan pensioenopbouw. En dus bestaat het risico dat de werkgever moet bijlappen. Dus wat is de balanswaarde van het bedrijf, als er sprake is van dit soort verborgen voorzieningen? Dus de werkgevers willen af van defined benefit en naar defined contribution-regelingen (dc). Dan weten de aandeelhouders wat de loonkosten zijn. Tot slot heeft de staat zelf een belang: die verkleint het fiscale kader. In die 1400 miljard zit ongeveer 600 miljard aan uitgestelde inkomstenbelasting, dat komt vrij als pensioenen worden uitgekeerd. Maar om de begroting rond te krijgen is er een kortetermijnbelang om deze belastinginkomsten naar voren te halen.

Egbert: Daarom is het maximale opbouwpercentage bijgesteld naar 1,875 procent en gemaximeerd op 100 miljard. Door de bankencrisis is er veel genationaliseerd waardoor een ander belang van de staat ontstond. De nationale overheden hebben dat geld geleend en die schulden moeten afgelost worden. Maar sindsdien zijn de ABN, SNS en ASR weer verkocht met een nettoresultaat van 30 miljard. Terwijl de gepensioneerden 10 procent hebben ingeleverd ten opzichte van de inflatie. De kortingen en de onzekerheid over het pensioen hebben er wel toe geleid dat meer mensen oren hebben naar een systeem met meer keuzevrijheid. Michel: Het grote gevaar van keuzevrijheid is, dat de verzekeraars gaan zeggen: kijk bij mij ben je goedkoper uit. Maar ze gaan niet indexeren. Hooguit een winstdelingsregeling zul je krijgen. Maar die keert alleen uit in jaren met uitzonderlijk hoog rendement en dan nog alleen over het topje daarvan. Het leuke van een pensioenfonds is dat je kunt blijven indexeren ook als het even niet goed is gegaan, want je kijkt naar de dekkingsgraad die is opgebouwd in de betere jaren. Zelfs de beste winstdelingsregeling kan dus geen vervanging zijn voor indexatie. Nu is de inflatie laag maar als er een opgang komt van de economie dan gaat de inflatie omhoog en dan wordt er heel anders gepraat. Er is een ideologisch offensief gaande van verdergaande privatisering van onze pensioenen waar links noch de bond tegen tekeer gaat en er juist in mee gaat.

Egbert: de FNV-top stuurt nu een beetje bij naar links, maar dat lukt niet goed, omdat het nog te mager is.. Hoe heeft de vakbeweging het zover laten komen?

Egbert: Het kabinet zette in op langer doorwerken en minder pensioenopbouw en vervolgens hield de FNV niet meer vast aan 65 jaar pensioengerechtigde leeftijd, maar moest opeens de snelheid waarmee de kabinetsplannen werden doorgevoerd worden gehalveerd. Terwijl de premieperiode langer wordt, wordt de uitkeringsperiode minder – dat is natuurlijk tegenstrijdig.

Michel: We zien hier belangen samenkomen van de neoliberale staat, de werkgevers en de verzekeraars. De afbraak gaat stapsgewijs, eerst hadden we eindloon, dat ging naar middenloon en nu moeten we afstappen van een db-regeling naar een dc-regeling die vervolgens individueel moet zijn. Vanuit de SER gaat dat waarschijnlijk geadviseerd worden. Met een individuele dc-regeling moet je maar afwachten waar je aan het eind van de streep precies op uit komt. Jongeren schijnen dat veel leuker te vinden om individueel hun pensioenpot te krijgen. Dit gaat dan gepaard met het afschaffen van de doorsneepremie en indexeringsmiddelen. Dat wordt dan eigenlijk een soort koopsompolis. Op de pensioendatum kan je dan je pensioen gaan inkopen op basis van de resterende levensverwachting en dan krijg je een vast bedrag per maand zonder indexatie. De pensioenfondsen gaan met dit soort regelingen steeds meer lijken op verzekeraars en moeten dan ook vergelijkbaar worden. De verzekeraars zijn enorme conglomeraten waar pensioenfondsen veel kleiner bij zijn. Dan krijg je overnames van pensioenfondsen. Dit soort regelingen geeft geen inzicht in wat iemand krijgt waardoor de uitkomst wel eens zeer tegen zou kunnen vallen.

Egbert: Dan mag je natuurlijk bij de verzekeraars kiezen voor een groter of minder groot risicoprofiel. Je bent dan wel een dief van je eigen portemonnee als je niet voor het juiste profiel gaat. Zo zul je daar dan de reclames over zien: kijk eens wat een rendementen!

Michel: Dan zal er ook een moment zijn dat de fondsen het gaan afleggen ten opzichte van de verzekeraars en dan is de volgende stap dat de verplichte deelname aan de fondsen verdwijnt. Egbert: Daarom is het ook belangrijk dat iedereen bij eenzelfde fonds zit zonder winstoogmerk. Een bezwaar dat wel vaker gehoord wordt is dat van mensen met zware beroepen die de pensioenleeftijd vaak al niet halen. Michel: Voor zware beroepen zijn er nog wel mogelijkheden om extra op te bouwen. Maar tegelijkertijd komen er steeds meer beroepen bij die als zwaar moeten worden betiteld, denk aan docenten, pakketbezorgers, ZZP’ers en zorgwerkers.

Egbert: De zware beroepen zitten bijvoorbeeld ook in de volcontinu, waarbij gewerkt wordt met ploegendiensten omdat er 24 uur gedraaid moet worden iedere dag: denk aan de olieraffinaderijen en ziekenhuizen, luchtvaart en ICT. Ergonomisch onderzoek wijst uit dat mensen na 30 jaar in de volcontinu fysieke problemen krijgen en slaapproblemen. Sommigen kunnen er niet uit, anderen kunnen dan nog planner worden. Vóór 2005 kon je op je 62ste dan nog met prepensioen. De regelcapaciteit en pensioenopbouw zijn ook voor deze mensen minder geworden om eerder met pensioen te kunnen. Wat zouden we tegenover de aanvallen op de pensioenen moeten stellen?

Egbert: Er zou een nationaal pensioenfonds moeten komen waaraan iedereen meedoet op basis van een percentage van wat je verdient en dan heb je in het begin teveel betaald en aan het einde te weinig. Dit moet natuurlijk gepaard gaan met onvoorwaardelijk overdrachtsrecht als overgangsfase. Dit is een praktisch en simpele oplossing voor de houdbaarheid en zekerheid van onze pensioenen. Maar daar gaat het de werkgevers natuurlijk niet om, want hen gaat het erom de solidariteit te slopen.

Michel: Je kunt geen gematigde eisen meer stellen. SP zegt nationaal zorgfonds, kortom helemaal weg met die marktwerking en dat slaat wel aan bij de bevolking. We moeten dus inderdaad pleiten voor een nationaal pensioenfonds. De pensioenreserves bij de verzekeraars moeten dan overgeheveld kunnen worden naar dat pensioenfonds. De privatisering van de pensioenen is een aanval die al bijna twintig jaar gaande is. Dit had gecounterd moeten worden door een duidelijke verdediging. Maar je moet je dan wel ervan bewust zijn dat dit een aanval is. Dat bewustzijn is niet aanwezig bij de FNV-top en de PvdA-top. Ze ontkennen de aanval. Net zo goed als dat de Lissabon-agenda 15 jaar geleden niet werd gezien als een neoliberale aanval.

Premier Kok van de PvdA heeft destijds namens Nederland dat verdrag ondertekend en in de SER is voorzitter Mariëtte Hamer van de PvdA bezig om deze aanval verder te stroomlijnen. De PvdA heeft er slechte verkiezingsresultaten mee geboekt. Ze heeft de positie overgenomen die destijds D66 en de VVD innamen. Er wordt het verhaal verspreid dat door de vergrijzing en de stijgende levensverwachting de pensioenen niet meer betaalbaar zijn. Bij ieder pensioengat buitelen de verzekeraars over elkaar om dat te dichten. Er wordt ook gesjoemeld met cijfers over de levensverwachting.

Mensen prikken daar niet doorheen omdat ze denken dat het toch te moeilijk is om na te rekenen. Vroeger lag de levensverwachting lager, maar je had ook meer kindersterfte. Ze tellen alleen maar de mensen die al 65 zijn. Die worden nu inderdaad gemiddeld ouder. Het gaat niet over de mensen die gestorven zijn tussen de vijftig en de zestig en die hun hele leven wel premie hebben betaald. Dit is dus naar het gewenste resultaat toe rekenen. De pensioenfondsen zijn al minstens 20 jaar de gebeten hond.

In de beeldvorming zijn dat colleges grijze mannen die niet goed beleggen. Die ideologie moet worden bestreden. Op korte termijn hebben we een campagne nodig die zegt: ‘Handen af van de doorsneepremie’. We moeten niet naar meer vrijheid voor het individu met pensioenopbouw. Dat zal weer een stapje de verkeerde richting in zijn. Het ledenparlement van de FNV zou daar voor moeten gaan liggen. Wat is… ? Defined benefit-regeling (db): je pensioenuitkering is op voorhand gegarandeerd. Defined contribution-regeling (dc): Alleen de pensioenpremie staat vast: wat je daar straks voor terug krijgt moet je maar afwachten en is afhankelijk van de beleggingsresultaten van het pensioenfonds of de verzekeraar. Dekkingsgraad: Een berekening van de mate waarin pensioenfondsen in staat zijn aan hun toekomstige verplichtingen te voldoen. Die berekening is sterk afhankelijk van de rente waarmee gerekend wordt: die bepaalt namelijk hoe snel de pensioenpot aangroeit, maar ook hoe snel de kosten oplopen. Doorsneepremie: De pensioenpremie voor iedere deelnemer, jong en oud, is gelijk, ondanks het feit dat de premie van een jonger persoon langer kan renderen en daarom uiteindelijk een grotere bijdrage levert aan de pensioenpot dan dat van iemand die ouder is.

De gedachte hierachter is dat het uitsmeren van de pensioenopbouw en van de risico’s voor iedereen voordelig is. Eindloonregeling: De hoogte van het pensioen wordt berekend op basis van het laatstverdiende loon. Dit is lange tijd de standaard geweest. Indexatie: De pensioenuitkering stijgt mee met het algemene prijsniveau, of met de lonen. Op die manier wordt voorkomen dat decennia aan inflatie ervoor zorgen dat je met je pensioenuitkering straks veel minder kunt kopen. Middelloonregeling: De hoogte van je pensioen wordt berekend op basis van het gemiddelde geïndexeerde loon over je hele loopbaan. Dit is sinds ongeveer 2000 steeds meer de standaard geworden bij pensioenfondsen. Rekenrente: De rente waarmee de dekkingsgraad berekend wordt is nu gebaseerd op de marktrente, die op het moment uitzonderlijk laag is door het crisisbeleid van de Europese Centrale Bank. Voorheen werd gewerkt met een gemiddelde netto rendementsrente van 4 procent, die een veel realistischer beeld geeft van de langetermijnontwikkeling dan de huidige

Deel dit artikel

Geef een reactie op dit artikel

Jouw bericht