Tuur Elzinga, lid dagelijks bestuur FNV, in discussie met leden in de IJmond over de koers van de FNV en de invulling van de lokale actie

Van 17 april 2018 19:30 tot 17 april 2018 21:30

Tuur Elzinga, lid dagelijks bestuur FNV, in discussie met leden in de IJmond over de koers van de FNV en de invulling van de lokale actie

De koers van de FNV en invulling van het lokale vakbondswerk

undefined

Dinsdag 17 april is de 6e en tevens laatste bijeenkomst van de boeiende serie lezingen over de geschiedenis van de vakbeweging en van de sociale strijd in de IJmond.

Beginnend met de aanleg van het Noordzeekanaal vanaf 1865, de visserij en de start van de industrialisatie, volgden we het begin van de vakbeweging door naar de grote visserijstaking in de dertiger jaren. We stonden stil bij de strijd tegen het fascisme, internationaal in Spanje en het verzet tegen de bezetting door de Nazi’s en de vervolging van de Joden in Nederland. Voor de periode na de WOII belichtten we de situatie bij de Hoogovens, die in veel opzichten van grote invloed was op de gehele vakbeweging in Nederland. Aansluitend bespraken we de ‘witte woede’, ofwel de strijd van en in de thuiszorg voor bestaanszekerheid en goede zorg, waarvan de aftrap in Haarlem en de IJmond werd gegeven in 2011. Tenslotte wisselen we met Tuur Elzinga, lid van het dagelijks bestuur van de FNV, van gedachten over de koers van de FNV en de invulling van het lokale vakbondswerk.

De hoofdlijn van de koers die door de FNV wordt gevaren is die welke op het FNV Congres is besproken en is besloten door het ledenparlement in 2017. Met een vernieuwd vakbondsbestuur, waarvan ook Tuur Elzinga deel uitmaakt, is de inzet bepaald op de strijd voor volwaardig werk en inkomen en gericht tegen de 'doorgeslagen' flexibilisering. Op 13 januari 2018 is daar zelfs nog een FNV - in Offensief aan toegevoegd. Dezelfde koers, maar dan met een dubbele urgentie om de neerwaartse trend, de afbraak van het publieke bestel en de bestaanszekerheid te keren - tegen de achtergrond van een nieuw christelijk-liberaal kabinet. 

De lezingencyclus over de geschiedenis van de vakbeweging en de sociale strijd in de IJmond heeft in elk geval inzicht gegeven in enkele belangrijke ontwikkelingsstadia van de vakbeweging. De aftrap werd gegeven door de vakbondshistoricus Sjaak van der Velden.

undefined

Begonnen als een verzekering tegen de risico's van het leven van ziekte en werkloosheid werd een basis gelegd van onderlinge betrokkenheid en solidariteit. Die werd ook in de fabrieken ontdekt als bron van kracht tegenover de willekeur en macht van de bazen en eigenaars van de bedrijven waar de arbeiders hun arbeidskracht verhuurden tegen een karig loon. Aanvankelijk was die eerste samenspanning van arbeiders zelfs nog onwettig. Geleidelijk maar zeker ontwikkelden de arbeiders meer macht en invloed en werd het wapen van de werkstaking, of de dreiging ermee, een middel om ergste uitwassen van de uitbuiting en knechting het hoofd te bieden. De opkomst van deze arbeidersbeweging voedde het besef en de onderkenning van de misstanden en uitbuitingspraktijken in de fabrieken en werkplaatsen, waar ook vrouwen en kinderen niet werden gespaard. In wisselwerking van die emancipatie van de arbeidersklasse met de ook toen dominant liberaal en christelijke politiek ontstond een klimaat waarin de eerste sociale wetten het licht zien, waaronder het kinderwetje, de woningwet, etc. waarmee een basis werd gelegd voor een geleidelijke verbetering van de situatie van de arbeiders klasse. Kort na de verschrikkingen van de 1e wereldoorlog en revolutionaire ontwikkelingen in Rusland en elders in Europa vonden de arbeiders eindelijk gehoor voor de 8-urige werkdag, algemeen stemrecht, ja zelfs ook voor vrouwen, en arbeidsongeschiktheidsverzekeringen. 

undefined

Uitte het eerste arbeidersverzet zich veelal, mede door haar onwettig karakter, in gewelddadige opstanden, daar ontwikkelden zich geleidelijk maar zeker de vakbonden zich tot gevestigde en machtige bolwerken van vrijgestelde kaderleden en bestuurders. Lange tijd bestonden syndicale en gematigde vakbonden naast en ook tegenover elkaar. De NVV en de NKV werden snel de grootste federaties. Met name in de visserij in de IJmond was de federatie aangesloten bij het NAS. De reders en de arbeiders stonden dikwijls tegenover elkaar, waarbij voor elke cent en boterham moest worden gevochten en eenmaal verworven rechten telkens weer op losse schroeven werden gezet. De verdeeldheid onder de arbeiders, tot uiting komend in een breed palet van vakbonden van uiteenlopende religieuze signatuur, werd door de bazen handig bespeeld. En in de jaren dertig deinsden de reders er ook niet voor terug om de NSB en hun knokploegen voor hun karretje te spannen om zo de kracht en de macht van de arbeiders te breken. 

undefined

Tijdens de bezetting door de Nazi's bleek duidelijk hoezeer de professionalisering van de vakbeweging zich had voltrokken en als apparaat naast de arbeiders was komen te staan, toen die door een wisseling van de leiding 'eenvoudig' schadeloos kon worden gemaakt. Zoveel wordt wel duidelijk uit het verhaal van Erik Gerritsma. Het was mede door de inzet van de toen ondergronds opererende CPN dat de arbeiders geleidelijk maar zeker meer zelfvertrouwen ontwikkelden om de angst te overwinnen om in het verweer te treden tegen de uitbuiting door de bazen, de bezetter en de vervolging van de joden. De algemene staking in februari 1941 en de april-mei stakingen in 1943 waren uniek in bezet Europa en vormden belangrijke breuken in de beleving van de bezetting en de opbouw van het verzet ertegen.

undefined

Als de 2e wereldoorlog over gaat in de koude oorlog en de koloniale strijd om het behoud van ‘ons’ Indië, maakt ook de toenmalige vakbondsleiding deel uit van een sterk corporatistisch bestel dat de basis legde voor een ‘geleide loonpolitiek’, en de uitsluiting communistische en syndicalistische organisaties en bewegingen, zoals de EVC. Maar met de industrialisatie die in Nederland dan pas echt tot ontwikkeling komt, neemt het aantal en aandeel van de arbeiders toe en ook hun organisatiegraad. Pas aan het einde van de zestiger jaren slagen de vakbonden erin om het juk van de loonmatiging af te gooien en weer een groter deel van de toegevoegde waarde voor zich op te eisen in loon en andere arbeidsvoorwaarden.

undefined

Juist die laatste ontwikkeling is de motor achter tal van reacties en interventies dat het kapitaal in stelling brengt om juist dit tij te keren. De goudstandaard wordt losgelaten en de relatieve schaarste aan reservearbeid doet hen een enorme migratiebeweging in gang zetten, beide met dan nog onvoorzienbare sociale, economische en politieke gevolgen. Delen van de productie worden verplaatst naar zogeheten lagelonenlanden in de tijd en fase waarin de ‘Fordistische’ organisatie van de productie op haar einde loopt. In de plaats van de vermaledijde koppelbazen betreden nu de hippe uitzendbureaus het toneel.

Over die fase berichte Jan Berghuis, die tussen 1971 en 1992 werkzaam was bij de Hoogovens in IJmuiden. Daar werkten toen aanvankelijk rond de 25.000 mensen. In de tijd dat Berghuis voor de vakbond werkte werd dat aantal door tal van rationalisaties in de productiewijze en via de uit- en aanbesteding teruggebracht naar de ruim 9.000 arbeiders van nu. Berghuis kon ook vertellen van de relatief sterke positie van de vakbond, en van de grote aandacht die de kadervorming daarbinnen kreeg. Aan het onderhouden van een hechte gemeenschap van de bedrijfsledengroep hadden verschillende mensen een dagtaak. Berghuis pleitte ervoor om de rol van de vakarbeider in de bedrijven veel centraler te stellen, ook door de macht en kracht van de bond veel dichter bij de bedrijven te zoeken, en niet in de polderlandse praatgroepen.

Met de deels uit Japan overgevlogen aanpak van uitbesteding heeft ook de flexibilisering van de arbeid bij de Hoogovens een grote vlucht genomen. Op de keper beschouwd loopt nog altijd een ‘dubbel’ aantal mensen over het terrein, alleen werken zij voor andere bedrijven en tegen doorgaans slechtere arbeidsvoorwaarden.

undefined

Die ontwikkeling waarin de productie en de arbeidsdeling helemaal een mondiaal karakter krijgen versterkt op haar beurt weer het vluchtiger worden van arbeidsrelaties, die maken dat een vaste aanstelling voor veruit de meest jonge arbeiders een onhaalbare kaart blijkt te zijn. En zo goed als het vrijgemaakte kapitaal nu over de aardbol flitst op zoek naar een iets hoger rendement en de laagste belastingdruk, daar ontwikkelen zich ‘aan de grond’ in de reële economie een woud en wildgroei aan praktijken van onder- en aanbesteding, waarin alle kleine juridische en sociale verschillen tussen de arbeiders ten volle worden benut en aangepakt om de afroming van de toegevoegde waarde weer in oude glorie en proporties terug te brengen.

En met succes. Want de verdeling van de welvaart is inmiddels schever dan ooit, waarin de rijkste 1% een ongehoord groot aandeel van de rijkdom voor zich opeist. Daarenboven heeft de marktwerking en de bedrijfsmatige aanpak ook haar intrede gedaan in grote delen van wat tot voor kort als de publieke zaak kon worden aangemerkt. Uiteraard ook met alle gevolgen van dien voor de positie van arbeiders in de zorg, het openbaar vervoer en het onderwijs.

undefined

Met de inzet voor volwaardig werk en inkomen, tegen de doorgeslagen flexibilisering en een verdere onttakeling van het al verschraald publiek bestel, staat de vakbeweging voor een grootse en historische taak. Hoe nu de basis ingrediënten van haar bestaan, de onderlinge betrokkenheid en solidariteit tussen mensen te helpen ontwikkelen en versterken en om ‘wapens’ en strijdvormen te vinden die aansluiten bij de mogelijkheden van de betrokken werkers. Die vast zitten op tijdelijke of andere flexcontracten waarmee zij het hoofd boven water proberen te houden, onderwijl de uitkerings- en andere disciplineringsorganen zich van het lijf houdend.

Wat in elk geval niet bijdraagt aan het beantwoorden en invullen van die grootse opdracht is het idee dat de vreedzame en ‘constructieve’ dialoog met de vertegenwoordigers van het kapitaal tot oplossingen voert. Aan de basis van elke strategie zal het besef moeten liggen van de onoverbrugbare tegenstelling van de belangen van arbeid en kapitaal. Hoe moeilijk dat ook is omdat de verleiding van tijdelijke en selectieve bevoordeling en ‘beloning’ van de vrienden van het kapitaal haast onweerstaanbaar groot is. Een andere voorwaarde voor een mogelijke aanpak is dat die aansluit bij de structuur van het leven van de betrokken flexwerkers. Waar Jan Berghuis ‘spreekwoordelijk’ afscheid nam van de massa-arbeider, daar is de werkplek voor de meeste flexwerkers tegenwoordig misschien niet meer de meest aangewezen plek om ervaringen en vaardigheden van betrokkenheid en solidariteit te ontwikkelen. Daarvoor zijn de contacten te vluchtig en te onvoorspelbaar en altijd onder druk, gekoppeld aan de ervaring dat de menselijke waardigheid een sluitpost is op de begroting van de bedrijven, de aandeelhouders en hun slippendragers.

undefined

Voor een vakbond lijkt het ‘loslaten’ van de werkplek als uitgangspunt van haar doen en laten misschien een hachelijke zaak. Voor de lokale netwerken van de vakbond is evenwel juist het regionale karakter, gekoppeld aan de woon – en verblijfsplaats van de leden, de verbindende schakel voor de onderlinge betrokkenheid en solidariteit. Daarbij kunnen we inspiratie putten uit perioden in de geschiedenis van de vakbeweging waarin het idee van een ‘brede vakbeweging’ veel aanhang had. Wij zullen als Lokaal FNV IJmond dat idee van een ‘brede vakbond’ opnieuw moeten gaan uitvinden en invullen. De lokale vakbond als kraamkamer van alle mogelijke sociale bewegingen en initiatieven – met een duidelijke ‘klasse-signatuur’. Dat betekent dat wij naast de geboden speerpunten van de sociale spreekuren en belangenbehartiging richting gemeenten, de huldiging van jubilarissen en het organiseren van themabijeenkomsten en scholingen, dat wij een facilitair centrum ontwikkelen voor alle mogelijke vormen van lokale actie. Alles wat de ervaring van de onderlinge betrokkenheid en solidariteit kan helpen versterken en ontwikkelen is welkom en wordt gekoesterd en ondersteund. Uit de schoot van de vakbeweging zijn natuurlijk tal van initiatieven en organisaties van de sociale beweging ontsproten. Dat is goed en belangrijk, want juist de sociale beweging is immers de ‘hogeschool van de politiek’. Daar leren mensen, via strijd en actie, hoe de wereld in elkaar steekt, en hoe die op een democratische en vreedzame manier is te beïnvloeden en te veranderen. Met inbegrip van het opheffen van het privaat bezit van de productiemiddelen. 

Hierover zullen we op dinsdag 17 april verder nadenken en spreken met Tuur Elzinga, lid van het dagelijks bestuur van de FNV, en daarmee mede architect van het FNV in Offensief en wegbereider van de nieuwe koers.

Plaats: Zee - en Havenmuseum, Havenkade 55 in IJmuiden. 

Aanvang 19:30 uur, zaal open om 19:00 uur.

Toegang en kopje koffie of thee zijn gratis.

Deel deze Activiteit