Private Equity: hard nodig of rotte appel?

07 jul 2020 - FNV

Private Equity: hard nodig of rotte appel?

undefined

Presentator en opiniemaker Cees Grimbergen laat zich in diverse media uit over wat hij noemt een ‘bizar gokspel met pensioengeld’. En passant haalt hij nog vermeende belastingontwijking door pensioenfondsen en de rol van de vakbeweging in alles (de FNV voorop) aan. Daarnaast laat hij zijn frustratie blijken over de onbegrijpelijkheid van het Pensioenakkoord.

Wat ons betreft zijn Grimbergen’s uitlatingen erg ongenuanceerd. Binnen elke beleggingscategorie zijn rotte appels te vinden. Dat geldt voor beursgenoteerde bedrijven, voor vastgoed, voor obligaties en ook voor Private Equity.

Verantwoord Beleggen

Al in 2000 formuleerde FNV zijn eerste uitgangspunten voor een verantwoord beleggingsbeleid door pensioenfondsen. Dat beleid is de in de loop der jaren verschillende keren geactualiseerd en aangescherpt. De laatste beleidsaanpassing, genaamd ‘FNV en Maatschappelijk Verantwoord Beleggen’, dateert uit 2016 en is door ons Ledenparlement goedgekeurd. Internationaal zijn we lid van Committee on Workers Capital (CWC), die duurzaam en verantwoord beleggen tot doel heeft. We zijn nauw betrokken geweest bij de totstandkoming van het zogenaamde IMVB-convenant. Een convenant waarin de pensioensector zich verplicht een nog betere invulling te geven aan ESG: ecologie, sociaal beleid en goed bestuur.

Vergroten beleggingsmogelijkheden

Ontegenzeggelijk is het waar dat meerdere pensioenfondsen ook beleggen in PE (Private Equity), risicodragend vermogen afkomstig van beleggers. Het wordt gebruikt als financieringsbron van niet-beursgenoteerde ondernemingen. Het overgrote deel van de bedrijven is niet beursgenoteerd. In Nederland wordt ruim 70% van de werkgelegenheid gecreëerd door niet-beursgenoteerde bedrijven. Door deze categorie op te nemen, vergroten pensioenfondsen hun beleggingsmogelijkheden. PE is veel minder gevoelig voor het monetaire beleid van overheden en centrale banken dan beursgenoteerde aandelen. PE is dus ook minder gevoelig voor beurssentiment. De volatiliteit (de mate van beweeglijkheid van de koers van een aandeel of een ander financieel product) is dan ook veelal lager dan van beursgenoteerde aandelen.

(Door)start

Dit private vermogen kan op verschillende manieren aangewend worden. Hierbij valt te denken aan extra geld dat nodig is voor een start- of groeifase, maar ook voor een reorganisatie of een doorstart. Net zoals bij beursgenoteerde bedrijven is het soms noodzakelijk dat bedrijven hun strategie herzien, of hun producten en/of diensten aanpassen aan gewijzigde economische omstandigheden.

'Sprinkhanen'

In de publieke opinie is PE vooral bekend van wat in de volksmond ‘sprinkhanen’ worden genoemd. Bedrijven die met veel vreemd vermogen een niet-beursgenoteerd bedrijf kopen, of een beursgenoteerd bedrijf kopen en van de beurs halen. Het doel is de gekochte onderneming te herstructureren en winstgevend te maken.

Uitwassen

Soms wordt de schuld die het PE-bedrijf is aangegaan voor de aankoop in het gekochte bedrijf gestopt. Zaken als onroerend goed worden soms snel verkocht en de winst daarvan wordt overgedragen aan het PE-bedrijf. Het gevolg is dat er een onderneming overblijft die zelf weinig bezittingen heeft, maar wel volgestopt is met schuld. Voorbeelden uit het redelijk recente verleden zijn de aankoop en verkoop in delen van Vendex KBB en later V&D en HEMA. Dit zijn echter uitwassen binnen de PE-sector.

Druk uitoefenen

FNV ageert al jaren tegen deze methode van bedrijfsvoering. Waar wij in pensioenfondsbesturen zitten, oefenen we druk uit dat we geen belangen in dergelijke bedrijven aangaan en waar mogelijk de eventuele belangen afbouwen naar nul. Normale PE-bedrijven zijn vaak lange termijn beleggers die bedrijven 6 tot 10 jaar in bezit houden. In die tijd proberen ze de bedrijven uit hun portefeuille sterker te maken zodat de winstgevendheid wordt vergroot en de werkgelegenheid voor langere tijd wordt geborgd.

Eenzijdig beeld

Over het algemeen draagt PE dan ook bij aan zowel de groei van werkgelegenheid als aan de economische groei. Bij de selectie van PE-fondsen hanteren pensioenfondsen dan ook diverse criteria als beloningsstructuur, financieringswijze en belastingmoraal. Het beeld dat Cees Grimbergen van de PE-sector schetst is dan ook zonder meer eenzijdig te noemen.

Hier de ingezonden brief van Cees Grimbergen die het AD donderdag 2 juni jl. publiceerde;

 

Deel dit artikel

Geef een reactie op dit artikel

Jouw bericht