Werkenden gaan van ene flexbaan naar andere flexbaan

19 feb 2019 - (Nieuwsbrief DFT, De Financiële Telegraaf, 14-02-2019)

Werkenden gaan van ene flexbaan naar andere flexbaan

Vooral voor beroepen met weinig opleiding minder vaste contracten

De flexibilisering op de arbeidsmarkt zet onverminderd door, waardoor steeds meer mensen in onzekerheid verkeren. Vooral laagopgeleide flexwerkers hebben grote moeite het hoofd boven water te houden.

„Zij hobbelen van de ene naar de andere flexbaan en vallen soms zelfs terug in werkloosheid”, zegt onderzoeker Sarike Verbiest van onderzoeksinstituut TNO. „Het gaat om ongeveer honderdduizend mensen die in zo’n situatie verkeren, dat is een zorgelijke situatie. Bovendien zijn werkgevers nauwelijks bereid om te investeren in deze flexwerkers. Zolang dat niet gebeurt wordt deze groep in ieder geval niet kleiner de komende jaren.”

Het aantal flexibele werknemers is de afgelopen vijftien jaar toegenomen van 1,1 miljoen naar twee miljoen mensen. Dat is een stijging van 82 procent. Ook het aantal zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers) is gestegen van 630.000 naar 1,1 miljoen, blijkt uit cijfers van het CBS en TNO. In totaal waren er vorig jaar dus ruim drie miljoen flexwerkers.

Keukenhulp

De toename van het aantal flexkrachten is vooral terug te vinden in beroepsgroepen waarvoor weinig opleiding is vereist, zoals keukenhulp, kassamedewerker, vakkenvuller, barpersoneel en hulpkrachten in de landbouw. Zo is ruim 70 procent van de keukenhulpen flexwerker. Ook achter de bar en kassa wordt veel gebruikgemaakt van flex (respectievelijk 68 procent en 63 procent).

De zzp’ers zijn op hun beurt oververtegenwoordigd in creatieve beroepen, zoals auteur en taalkundige, uitvoerend en beeldend kunstenaars, interieurontwerpers en radio- en televisietechnici. Van de auteurs en taalkundigen is 66 procent zzp’er, bij de radio- en televisietechnici ligt dat percentage op 52 procent.

Volgens Verbiest heeft de flexibilisering grote gevolgen. „Er zijn steeds meer mensen die in onzekerheid verkeren of ze volgend jaar nog wel een baan hebben. Kun je dan bijvoorbeeld wel kinderen nemen of een nieuw huis kopen?”

Teleurgesteld

Cao-coördinator Zakaria Boufangacha van de FNV is enorm teleurgesteld over de CBS-cijfers en spreekt van een sluipmoordenaar op de arbeidsmarkt. „Wij roepen al heel lang dat er sprake is van een doorgeslagen flexibilisering. Niet alleen de duur van contracten wordt flexibeler, ook het aantal uren dat iemand werkt. Veel jongeren groeien nu op met onzekere contracten en laagopgeleiden kunnen amper rondkomen. We moeten toe naar een speelveld op de arbeidsmarkt waarbij het niet meer vanzelfsprekend is dat werkgevers goedkope flexkrachten kunnen inhuren.”

Volgens de Wet Arbeidsmarkt in Balans moeten werkgevers die in zee gaan met flexwerkers of tijdelijke krachten een WW-premie afdragen die 5 procentpunt hoger ligt dan de premie bij vaste contracten. Op die manier wil minister Koolmees (Sociale Zaken) er voor zorgen dat bedrijven mensen vaker in vaste dienst nemen.

Boufangacha spreekt van een stap in de goede richting. „We zijn blij met deze maatregel, maar flex moet fors duurder worden. Een flexcontract is nog altijd 40 procent goedkoper dan een vast contract. Bovendien moeten we af van allerlei constructies zoals payroll. We moeten werkgevers dwingen om die onzekere contracten om te zetten in vast.”

Deel dit artikel

Geef een reactie op dit artikel

Jouw bericht