Hoe Arnhem Stefan en andere mensen van de bank krijgt

15 jan 2019 - (de Gelderlander 13-01-2019)

Hoe Arnhem Stefan en andere mensen van de bank krijgt

Steeds meer Arnhemmers die om wat voor reden dan ook doelloos thuis op de bank zitten, komen in de benen en worden weer actief. In een aantal gevallen leidt dat er zelfs toe dat mensen weer betaald aan het werk gaan.

De ontwikkeling is het gevolg van een verandering in de manier waarop de in Arnhem actieve sociale wijkteams hen begeleiden. Het komt er op neer dat niet meer de nadruk ligt op problemen van mensen en wat ze niet kunnen, maar vooral op wat ze wel kunnen en welke ondersteuning ze hierbij nodig hebben. Aan de aanpak werkt een groeiend aantal werkgevers in stad en regio mee.  

De wijkteams richten zich op mensen met een beperking of psychische problemen én op mensen die werkloos thuis zitten, of die deze achtergronden combineren. In alle gevallen gaat het om hen die moeilijk aan de bak komen op de arbeidsmarkt. 

Stimulans

Drie jaar geleden hielpen de wijkteams zo’n 600 mensen met een beperking aan een vorm van dagbesteding, in een beschermende omgeving met overzienbare taken en met de nadruk op zorg. Twee jaar geleden koos Arnhem er voor om vanuit de wet maatschappelijke ondersteuning (wmo) ook activiteiten op te zetten die een stimulans zijn voor de persoonlijke ontwikkeling van burgers en die in het uiterste geval ook groei naar betaald werk mogelijk maken.    

De keuze voor activerend werk, zoals de nieuwe methode heet, heeft er toe geleid dat het aantal mensen in de dagbesteding in drie jaar is gedaald tot 270. Daarentegen groeide het aantal Arnhemmers dat meedoet aan activerend werk in dezelfde tijd van 0 naar 1100.  

Dat de groep in totaliteit nu groter is dan drie jaar geleden komt doordat met de nieuwe aanpak óók mensen worden bereikt die voorheen niet in de dagbesteding zaten: thuiszitters met een uitkering die bijvoorbeeld door het wijkteam worden aangemoedigd om óók weer wat te ondernemen. 

Volgens gemeentelijk bestuursadviseur Imka Broekhuijsen gaat Arnhem omzichtig te werk met het nieuwe beleid. Niemand wordt gedwongen om te werken en voor wie dat überhaupt te hoog gegrepen is, blijft een vorm van dagbesteding een optie. ,,Bij alles staat voorop dat de plek waar je weer actief wordt, moet aansluiten bij wat je zelf wil en kan en dat-ie ligt in jouw buurt, zodat-ie ook bereikbaar is.” 

Arnhem probeert mensen op maat te bedienen met een getrapt model dat de participatieladder wordt genoemd. De hoogste sport is betaald werk. Volgens Broekhuijsen is dat geen doel op zich. De winst van de nieuwe aanpak - overigens wel goedkoper dan dagbesteding - is vooral dat het een positief effect heeft op het gevoel van eigenwaarde en het zelfvertrouwen van de mensen die er aan meedoen.

Contacten

De laagste sport op de participatieladder die in Arnhem wordt gehanteerd bij het activerend werk is voor wie alleen nog zijn huis uit komt om het hoogst noodzakelijke te doen en geen sociale contacten onderhoudt. De volgende trede is voor wie daar via een koffieochtend, cursus, taalles of andere activiteit verandering in hoopt te brengen.

Weer een stapje hoger ben je bij machte om onder begeleiding lichte taken uit te voeren. Wie dát niveau ontstijgt, kan meedoen aan een vorm van onbetaald werk, met deels zelfstandige taken, eventueel in combinatie met een opleiding. Betaald werk met een aanvullende uitkering en daarna een zelfstandige baan zonder aanvulling zijn de laatste sporten op de ladder.

Werklocaties

De gemeente steekt jaarlijks 3,2 miljoen euro in het activerend werk. Ruim 140 bedrijven en instellingen in Arnhem en omgeving bieden met elkaar circa tweehonderd werklocaties. Daaronder zijn zorgcentra, maar ook restaurants, koeriersbedrijven, winkelcentra, kappers en warenhuizen.

Er wordt voortdurend naar nieuwe (leer)werkplekken gezocht. Volgens de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) loopt Arnhem met het gebruik van de participatieladder niet voorop, maar is de uitvoering wel bijzonder omdat de gemeente al zo’n groot aantal werkgevers aan zich heeft weten te binden.

Op de huidige mogelijkheden komen bijvoorbeeld thuisloze jongeren of volwassenen met een beperking af. Ook mensen die thuis zijn komen te zitten met een burn-out of met psychische klachten of mensen die zich terug knokken na een verslaving behoren tot de doelgroep.

Ondersteuning

Ondersteuning krijgen deelnemers en werkgevers via het Centrum voor Activerend Werk (CAW), een coöperatie waarin zorgorganisaties Siza en Driestroom, het Regionaal Instituut voor Beschermd Wonen, werkbedrijf Scalabor, ROC Rijn IJssel en De Onderwijsspecialisten participeren.

Het aanbod van het CAW is te vinden via een website. Kandidaten kunnen zichzelf ook via een e-portfolio presenteren aan potentiële werkgevers. Om te beginnen, krijgen zij eerst gelegenheid om zich te oriënteren op wat ze zouden willen doen. Kandidaten kunnen met consulenten van het CAW ook plekken bezoeken, om te zien of het iets voor hen is. Het sociaal wijkteam bepaalt uiteindelijk met welke plek en steun een kandidaat het beste is geholpen.

Stefan Portier

Werk met de handen, duidelijkheid en een warm nest was waar consulent Adriënne van Nek van het Centrum voor Activerend Werk met Stefan Portier naar op zoek ging toen de 18-jarige Arnhemmer was vastgelopen. Voor hem blijkt de gouden vondst de houtwerkplaats bij woningcorporatie Volkshuisvesting. ,,Het is leuk en het gaat goed”, zegt Portier, die hier sinds enkele maanden drie ochtenden per week werkt.

Jaren geleden belandde Portier op de middelbare school met een uitzonderlijke Cito-score van 550. Zijn schoolloopbaan bleek niettemin een hindernisbaan. Hij ging over met de hakken over de sloot, bleef een paar keer zitten en ging uiteindelijk helemaal niet meer naar school. ,,Ik kwam thuis te zitten, ik ben onderzocht en daarbij kwam aan het licht dat ik een vorm van autisme heb.”

Portier probeerde het daarna op Mariëndaal, school voor voortgezet speciaal onderwijs. Ook daar liep het na een goed begin toch weer spaak. ,,Ik lag hele dagen op bed, mijn dag- en nachtritme raakte heel erg verstoord en ik werd depressief. En ik had geen idee wat ik wilde.”

Mariëndaal bracht consulente Van Nek in contact met Portier. ,,Ik heb Stefan gesproken en daarnaast met zijn ouders, om helder te krijgen waarvan hij enthousiast zou kunnen worden. We hebben samen talloze locaties bekeken. Toen we in de werkplaats kwamen van Volkshuisvesting werd al snel duidelijk dat er een klik was.”

Duidelijkheid

De klik zit hem in de duidelijkheid die Stefan wordt geboden, zonder dat het betuttelend wordt. ,,Dat past bij hem”, zegt Van Nek. Mark Mekking, werkbegeleider bij Volkshuisvesting, beaamt dat. 

,,Ik wil niet te veel van iemand weten. Het belangrijkste is dat ik weet wat je nodig hebt om te functioneren. Heb je vragen, dan help ik je.”

In de werkplaats, waar timmerman Assad als een vader over zijn discipelen waakt, zijn meer mensen actief die, zoals Mekking het noemt, weer aansluiting zoeken bij de arbeidsmarkt. ,,Zij dragen bij aan het onderhoud van het vastgoed van de corporatie en zij horen er helemaal bij, als echte collega’s. Dat werkt heel goed.”

Dat gevoel heeft Portier ook. En dat is waar hij voor dit moment bij gedijt. ,,Over de toekomst denk ik niet teveel na. Dan raak ik maar in de war. Voor mij is het nu belangrijk om weer een levensritme op te bouwen en dat gaat echt beter. Al was ik laatst een keer zo moe dat ik een ochtend miste.” Mekking: ,,Wat zo mooi is aan Stefan is dat hij zélf met het voorstel komt om het op een andere dag in te halen.”  

Thomas Kuijper

Thomas Kuijper (35) dreigde in een zwart gat te verdwijnen, maar sinds september van het vorig jaar heeft de Arnhemmer dankzij het activerend werk weer een betaalde baan. ,,Mijn geluk is dat de gemeente me geen druk heeft opgelegd.” 

Na een aantal keren in zijn leven van werk te zijn veranderd, kwam de in Huissen opgegroeide Kuijper een jaar of drie geleden ziek thuis te zitten. Diagnose: een burn-out en depressieve klachten. ,,Eigenlijk liep ik daar al langer mee rond.”

Een zware periode brak aan, waarin Kuijper op zichzelf werd teruggeworpen en met psychologische hulp de confrontatie met een aantal trauma’s uit zijn jeugd aanging. 

Werken was voor Kuijper geen optie, op dat moment. ,,Ik heb open kaart gespeeld over mijn situatie en daar heb ik begrip voor gekregen. Ik kreeg een jaar vrijstelling van de sollicitatieplicht.”

Kuijper mocht dingen doen zonder dat hem enige druk werd opgelegd, zoals sporten. ,,En toen kwam op zeker moment Agatha op bezoek.” Hij doelt op Agatha van Hoof, consulente van het Centrum voor Activerend Werk, die hem aan een activerende werkplek in de zorg hielp op het moment dat hij weer wat voor anderen wilde betekenen.

,,Ik had veel gedaan met en voor mijn oma in zorgcentrum Rhederhof. Voor haar wilde ik de deur nog wel uit. Zo ontdekte ik ook dat ik affiniteit heb met mensen die zorg en aandacht nodig hebben. Dat bracht Agatha op het idee om me naar de Drie Gasthuizen in Arnhem te geleiden.”

Werkritme

Twee à drie dagen in de week was Kuiper, terwijl zijn therapeutische behandeling nog gaande was, daar werkzaam. ,,Het doel was weer een werkritme op te bouwen. Ik bracht de koffie rond, de schone was. Mijn begeleiders zagen dat ik er schik in had en lieten veel aan me over.”

De bij de Drie Gasthuizen gevestigde werkpost van Driestroom zag dat hij talent heeft voor de zorg. ,,Die instelling bood mij een contract van 28 uur en een opleiding als persoonlijk begeleider aan.” Zo komt het dat Kuijper nu op een Driestroom-locatie in Arnhem-Zuid werkt met jongvolwassenen met een licht verstandelijke beperking.

Dat hij de weg omhoog vond, is omdat hij zijn verleden een plekje heeft kunnen geven. ,,Alle dingen die ik heb meegemaakt, hebben me gebracht waar ik nu ben.” Dat hij de ruimte kreeg om te groeien, vindt hij ‘fijn’. ,,Ik ben eerder werkloos geweest en toen voelde ik me onder druk gezet door de gemeente. Nu wilde ik ook wel werken en me nuttig voelen, maar ik kón het niet. Dat daar nu wel begrip voor was, was belangrijk.” 

Deel dit artikel

Geef een reactie op dit artikel

Jouw bericht