’32-urige werkweek in sectoren die automatiseren’

03 okt 2017 - (Nieuwsbrief DFT, De Financiële Telegraaf, 02-10-2017)

’32-urige werkweek in sectoren die automatiseren’

FNV eist robotwinst op

Bedrijven die automatiseren en robotiseren moeten de efficiëntiewinsten delen met hun personeel. Anders zijn werknemers alleen maar de pineut terwijl de bedrijfswinsten blijven toenemen.

Vicevoorzitter Mariëtte Patijn van vakbond FNV: „Productiviteitswinsten van robotisering moeten eerlijk naar de mensen toekomen.”

Dat zegt vicevoorzitter Mariëtte Patijn van vakbond FNV. „Als gevolg van robotisering en digitalisering krijgen we een enorme productiviteitsstijging en de winsten daarvan moeten op een eerlijke manier naar de mensen toekomen.”

Concreet betekent dit dat de FNV robotiseringsfondsen wil optuigen in branches waar veel geautomatiseerd wordt. „Uit die fondsen kan dan omscholing van werknemers worden betaald, maar ook van-werk-naar-werk-trajecten.”

Dit speelt onder meer bij banken, schoonmaak, distributiecentra en havens. De FNV zal daar inzetten op een 32-urige werkweek tegen hetzelfde salaris om de krimpende werkgelegenheid gelijk te verdelen. „Deze inzet is cruciaal voor de transitieperiode die veel bedrijven en hun werknemers nu doormaken.”

Vorige week donderdag organiseerde de FNV een grote robotdag om te brainstormen over de gevolgen hiervan voor werkend Nederland. Patijn: „Wij zijn de laatste jaren vooral reagerend geweest en zijn vooral ingegaan op de gevolgen van beleid. Maar we willen veel meer kijken naar de fundamentele oorzaken van onzekerheid die mensen ervaren. De krimpende werkgelegenheid door robotisering in sommige sectoren is een belangrijke factor.”

De FNV ziet met lede ogen aan hoe de banken tienduizenden baliemedewerkers en administratief personeel ontslaan en tegelijkertijd veel ict’ers uit het buitenland in dienst nemen. „Bij de banken zijn we eigenlijk al te laat”, erkent Patijn. „In de bankencrisis waren werknemers bang om voor zichzelf op te komen. Nu wordt er grootschalig gereorganiseerd. We zijn er niet in geslaagd dat werk beter her te verdelen.”

Wat Patijn betreft hadden banken veel meer moeten investeren in omscholing van zittend personeel. „Nu worden die ict’ers uit India gehaald en die werken vervolgens voor een gunstige expatregeling.” De banken treft hier blaam dat tegelijkertijd veel personeel op straat is komen te staan: „Wij kunnen als vakbond een mea culpa doen dat we hier niet snel genoeg ingesprongen zijn, maar dit is ook een verwijt aan de werkgevers die vinden dat ze hier geen verantwoordelijkheid hebben.”

Patijn maakt zich grote zorgen over de werknemers bij distributiecentra van supermarkten. „Daar werkt inmiddels meer dan 50% in een flexcontract. En dat zijn geen jaarcontracten maar uurcontracten. Vaak zie je dat vergaande flexibilisering van het personeelsbestaan een voorbode is voor automatisering.” De FNV is bang dat veel medewerkers hun baan gaan verliezen als distributiecentra verder automatiseren.

„Er wordt nul komma nul geïnvesteerd in die mensen”, zegt Patijn. „Als de distributiecentra straks gaan robotiseren zullen die werknemers niets zien van de productiviteitswinsten.” Ook hier is de FNV te laat bij, stelt zij. „Nu er zoveel flexkrachten werken is het al bijna onmogelijk om stakingen te organiseren. We zijn te laat als al 50% flex is. We moeten in een veel eerdere fase onze plek opeisen.”

De FNV inventariseert nu welke sectoren het meest vergaand gaan automatiseren. Daar zal de bond de eisen van een robotiseringsfonds en een kortere werkweek inzetten. In de schoonmaak-cao is al afgesproken dat werkgevers en bonden de gevolgen van robotisering gaan onderzoeken. FNV Havens stelt ook het nut van verdergaande robotisering ter discussie.

„Ik begrijp de zorgen van de vakbeweging heel goed”, zegt econoom Robert Went van de wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid. „Wij hebben in ons rapport ’De robot de baas’ niet voor niets suggesties gedaan voor een zogeheten inclusieve robotagenda, om ervoor te zorgen dat iedereen beter wordt van automatisering en niet alleen de eigenaars van de robots.”

„Het voorbeeld van de schoonmaak-cao ken ik toevallig”, vertelt Went. „Zij willen samen gaan kijken hoe voor de schoonmaak robots te ontwikkelen zijn die zowel voor werknemers als werkgevers voordelen hebben. Dat vind ik een goede aanpak, want technologie overkomt je niet maar kun je invloed op uitoefenen.”

 

                                    

Deel dit artikel

Geef een reactie op dit artikel

Jouw bericht