'We moeten samen de netwerken opbouwen'

'We moeten samen de netwerken opbouwen'

14 okt 2015 - webredactie

'We moeten samen de netwerken opbouwen'

Matthijs van Manen is pas 32 jaar, maar werkt al langer bij de vakbond: hij begon in 2010 als beleidsmedewerker welzijn bij Abvakabo FNV, waar hij ook bestuurder welzijn was. Verder was hij bestuurder bij FNV Bouw. Geen nieuweling bij de bond dus, maar wel bij Lokaal FNV: sinds 1 augustus is hij actief als bestuurder voor het grootste deel van de netwerken in de regio Noord-Holland. Wie is Matthijs en wat zijn zijn eerste indrukken van en plannen voor Lokaal FNV?

Kun je iets over jezelf vertellen, Matthijs?
‘Ik woon in Amsterdam met mijn vriendin en we hebben een hond en een kat. Ik kom oorspronkelijk uit Leeuwarden. Eigenlijk ben ik altijd al politiek bewust geweest, daarom ben ik ook Politicologie gaan studeren op de Universiteit van Amsterdam. Mijn interesses zijn sport, zoals voetbal en tennis, en ik luister vaak naar muziek, vooral de Rolling Stones.’

Je werkt sinds 2010 bij de vakbond. Wat heeft jou geïnspireerd om bij de vakbond te gaan werken?
‘Mijn belangrijkste inspiratie is de film ‘Bread and Roses’ van Ken Loach, waarin twee zussen vechten voor hun recht om zich te verenigen in een vakbond. Deze film heeft mij bewust gemaakt van het nut van vakbonden en dat wilde ik ook doen: mensen organiseren, bij elkaar brengen en helpen.’

Waarom ben je overgestapt op Lokaal FNV?
‘Lokaal FNV sprak mij aan omdat je dan echt bij beleidsbepaling van de gemeente betrokken bent. Je gaat samen met netwerken en medewerkers van lokale bedrijven en instellingen kijken: “Wat kunnen we doen?” Samenwerking vind ik belangrijk en geeft een gevoel van eenheid, een sterk front vormen.’

Vanaf begin dit jaar zijn verschillende groepen aan het fuseren naar lokale netwerken. Wat is jouw visie erop?
‘De overgang naar de nieuwe netwerken is een grote uitdaging. Maar ik zie veel enthousiasme van de kaderleden; zij zoeken elkaar op en helpen elkaar waar het nodig is. Belangrijk is volgens mij om oog te hebben voor wat er al is en de kennis en ervaring van de kaderleden gebruiken om meer mensen te werven, de netwerken te versterken en nieuwe mensen te betrekken.’

Welke rol speel je zelf in de fusie?
Mijn rol is de kaderleden te ondersteunen. Zulke grote veranderingen brengen vaak onzekerheid met zich mee. Dan is het belangrijk dat de kaderleden zich daarover kunnen uitspreken. Dat voorkomt ook weer dat mensen gaan afhaken. Ik wil dat de leden zich gewaardeerd voelen, en dat gaat niet als ze niet gehoord worden.’

Waar ben je het meest trots op?
Een mooie situatie gebeurde vorig jaar. Ik was toen bestuurder bij Bouw en een kaderlid benaderde ons. Het bouwbedrijf waar hij werkte zou gesloten worden door het moederbedrijf. Er was enorm vage communicatie van de werkgever en dit leidde tot angst en woede bij de werknemers. Na een aantal bijeenkomsten met ons, werd de groep werknemers een sterkere eenheid en durfden zij hun werkgever te confronteren met deze situatie en om uitleg te vragen. Uiteindelijk werd er, door de betrokkenheid van de werknemers, weer geïnvesteerd in het bedrijf. De werknemers zeiden: zonder hulp van de FNV hadden we hier niet meer gezeten. Maar ze hadden het zelf gedaan. Het geeft mij een goed gevoel om eenheid te creëren en een rol te spelen in de aanmoediging om te zeggen “wij nemen geen genoegen met vaagheid”. Het was een tijdsintensieve ervaring, maar dat is het zeker waard.’

Heb je advies voor kaderleden?
‘Tegen kaderleden zou ik willen zeggen: twijfel niet om je bestuurder te benaderen als je ergens mee zit. Spreek twijfels of angst uit, ook over de veranderingen. En kijk wat voor rol je zelf wil nemen in het nieuwe Lokaal. We moeten samen de netwerken gaan opbouwen.’

Deel dit artikel

Geef een reactie op dit artikel

Jouw bericht