FNV: groeiend aantal werkende armen met stapelbanen

FNV: groeiend aantal werkende armen met stapelbanen

14 okt 2015 - webredactie

FNV: groeiend aantal werkende armen met stapelbanen

Het aantal werknemers met stapelbanen groeit. Steeds meer werkenden zijn arm en hebben twee of meer banen nodig om het hoofd boven water te houden. "Je hoort steeds dat het goed gaat met de economie, maar voor veel mensen gaat dat niet op. Armoede is dichterbij dan je denkt, daarom slaat de FNV alarm op Wereldarmoededag", zegt Mariëtte Patijn uit het FNV-bestuur.

De stapelbaan rukt op. In Nederland hebben meer dan een half miljoen mensen twee of meer banen. In 2013 lag dat aantal nog iets boven de 300.000 mensen. Sommige werknemers vinden het leuk en uitdagend om meer banen te hebben. Maar voor de meeste mensen is het bittere noodzaak om bijvoorbeeld ’s ochtends als schoonmaker te werken en ’s avonds in de horeca. Deze stapelbanen gaan vaak samen met lage inkomens, te kleine arbeidscontracten en schijnconstructies: dan hebben mensen bijvoorbeeld een contract als zzp-er of alfahulp, terwijl ze eigenlijk gewoon in dienst zouden moeten zijn. Mariëtte Patijn: "Als je werkt, moet je gewoon een normaal contract kunnen hebben, en genoeg verdienen om goed van te leven. Het is belangrijk dat kabinet en werkgevers hun verantwoordelijkheid nemen om mee te werken aan echte banen met zekerheid voor mensen."

Armer en rijker
Het groeiend aantal arme mensen in Nederland is des te schrijnend, omdat rijke mensen en grote bedrijven steeds rijker worden. Onlangs werd opnieuw aangetoond dat zij voor miljarden belasting ontwijken. Leden van de FNV maken zich grote zorgen over de groeiende kloof tussen arm en rijk in Nederland. Op Wereldarmoededag overhandigen leden van Lokaal FNV Utrecht het boek 'Armer & Rijker' aan twee wethouders van de gemeente Utrecht. De FNV zet zich in voor eerlijke verschillen en wil dan ook dat er betere keuzes gemaakt moet worden om geld eerlijker te verdelen.

Deel dit artikel

Geef een reactie op dit artikel

Jouw bericht

2 reacties

Bert Voorneveld schreef op 17-10-2015

L.S. U hebt hier een interessant bericht over een toename van het verschijnsel 'stapelbanen'. Erg jammer dat u de bron niet hebt vermeld. Als ik de cijfers van het CBS raadpleeg, dan zie ik dat over de laatste vier jaar er wel verhoudingsgewijs iets meer deeltijdbanen zijn ontstaan (het aantal banen per duizend gemeten arbeidsjaren is toegenomen van 1,402 in 2011 via 1,407 in 2012 en 2013 naar 1,41 in 2014). Maar het aantal banen per werkende, wat een idicatie zou moeten zijn voor het verschijnsel 'stapelbaan' is in die periode ongeveer gelijk gebleven! In 2011 waren er volgens het CBS 9.952.000 banen tegenover 8.854.000 werkenden; een verschil van 1.098.000. In 2014 waren dat 9.835.000 banen tegenover 8.739.000 werkenden, een verschil van 1.096.000. (Bron: http://statline.cbs.nl/Statweb/publication/?DM=SLNL&PA=82579NED&D1=a&D2=0&D3=a&D4=0&D5=a&HDR=G1,G2,T&STB=G3,G4&VW=T) Dit wijst er niet direct op dat het verschijnsel 'stapelbaan' fors moet zijn toegenomen, maar misschien zijn er andere ontwikkelingen die dat hebben veroorzaakt. Vandaar dat ik erg geïnteresseerd ben in uw bron voor dit bericht. Zou u mij die willen aanwijzen? Bij voorbaat dank voor uw antwoord, Met vriendelijke groet, Bert Voorneveld (Blog www.deinnovatieeconomie.nl)

K..B. Kuijpers schreef op 08-03-2016

Nooit staat er bij de FNV een bekentenis centraal, dat het poldermodel (tijdens de regering Kok) een bres heeft geslagen tussen de werknemer en de werkgever! Zo is naar mijn idee, de afbouw in het voorwaarden pakket binnen de CAO-delegaties begonnen tot de reële situatie van nu! Daar komt bij dat binnen deze C.A.O-onderhandelingen steeds meer exponenten van het gevestigde gezag plaats nemen dan de werknemer op de werkvloer. Hoe is het te rijmen, dat een facilitair-manager van een bedrijf als een soort werknemer deel neemt binnen deze onderhandelingen als een soort vertegenwoordiger van zijn bedrijf (zogenaamd als afgevaardigde van zijn werkvloer). Naar mijn idee zou zo iemand meer als handlanger van zijn werkgever moeten worden gezien? Daar komt bij dat het middenkader in een bedrijf in de regel veel meer te vertellen heeft, wie de afgevaardigde wordt. U zult zich afvragen, hoe ik aan deze wijsheden kom, omdat ik uit ervaring spreek als kaderlid binnen de C.A.O.-onderhandelingen. Ik zou zeggen speel daar eens open kaart over. Met vriendelijke groet,