Wethouder of werknemer?

09 mei 2017 - (Nieuwsbrief DFT, De Financiële Telegraaf, 09-05-2017)

Wethouder of werknemer?

Voor deze column dalen we af naar de pittoreske gemeente Bladel in Brabant. Een landelijk plaatsje met 20.000 inwoners, onder wie veel boeren. Vorige maand kondigde wethouder Joan Veldhuizen van de gemeente Bladel aan dat ze opstapt.

Wethouder Veldhuizen maakt zich namelijk zorgen over de groei van de veestapels in haar gemeente en vindt dat de gemeente te weinig doet om de uitbreiding tegen te gaan. Haar collega-wethouders zijn het niet met haar eens. Zij vinden dat ze voldoende mogelijkheden hebben om paal en perk te stellen aan een onwenselijke uitbreiding van vee. Maar wethouder Veldhuizen is faliekant tegen iedere uitbreiding en het niet eens met het beleid in haar gemeente en dus stapt ze op.

Wat mij dwarszit is vooral het feit dat het opstappen voor wethouder Veldhuizen geen grote financiële gevolgen heeft. Ze stapt nu op en krijgt nog ruim drie jaar een prima uitkering, die we wachtgeld noemen, van 80 procent in het eerste jaar en daarna 70 procent van haar verdiensten als wethouder die, ondanks het feit dat Bladel een piepkleine gemeente is, toch ruim 80.000 euro per jaar waren.

Kijk, natuurlijk kun je als wethouder halsstarrig voor je mening blijven staan, maar in een team krijgt je nou eenmaal niet altijd gelijk. Het college van Bladel bestaat uit een team van vier: een waarnemend burgemeester en drie wethouders. Met zijn vieren zijn zij verantwoordelijk voor het reilen en zeilen van de gemeente en het welzijn van haar inwoners en met zijn vieren hebben ze democratisch besloten voor een bepaald beleid. Soms win je op argumenten en soms niet, of er wordt een compromis gesloten. Dat is nu eenmaal het leven van een politicus of in dit geval van een wethouder.

Maar geldt datzelfde eigenlijk niet ook voor het leven van ons allemaal? Proberen we niet allemaal ons gelijk te halen en als dat niet lukt, afspraken te maken om elkaar halverwege tegemoet te komen? Ik begrijp dat ik moeilijk een vergelijking kan maken tussen een gewone werknemer en een wethouder, maar ik probeer het toch. Kijk, werknemers zijn het ook niet continu eens met hun collega’s of kunnen zich niet altijd vinden in de koers van het bedrijf waarvoor ze werken. Ze proberen hun manager of collega’s te overtuigen, maar als dat niet lukt dan passen zij zich aan en proberen er het beste van te maken.

Waarom stap je als wethouder op als er besluiten genomen worden die niet helemaal naar jouw zin zijn? Het is sowieso altijd beter om te blijven zitten en invloed en macht uit te oefenen waar mogelijk om in de toekomst het beste resultaat voor je achterban eruit te slepen. Bij overtuiging moet je juist blijven zitten.

Als een gewone werknemer ontslag neemt uit principe, dan neemt hij een enorm financieel risico. Hij moet snel een nieuwe baan vinden, want als je zelf opstapt krijg je geen WW-uitkering. Een wethouder die geen zin meer heeft of opstapt uit principe, krijgt wél wachtgeld. Nog een verschil: Een WW-uitkering kent een maximum ongeacht het salaris dat je verdiende, een wachtgeldregeling is een percentage van wat je verdiende, ongeacht hoeveel dat was.

Politici krijgen wachtgeld omdat we volgens minister Plasterk niet moeten willen dat politici bepaalde besluiten níet nemen of principes níet handhaven omdat ze rekening houden met de eventuele negatieve financiële consequenties. Ik zou deze argumentatie willen omdraaien: wat zijn de principes van een politicus eigenlijk waard als hij er privé geen financieel risico voor wil lopen? Weegt zijn eigen portemonnee dan zoveel zwaarder dan het principe en het belang van het land of de gemeente waar hij of zij voor staat? Zou wethouder Veldhuizen ook zijn opgestapt uit principe als ze niet zo’n goede wachtgeldregeling kreeg?

Waarom zou je als gewone werknemer van bijvoorbeeld een veeteeltbedrijf in Bladel wél zelf de financiële gevolgen van je acties of overtuiging moeten dragen en als wethouder in diezelfde gemeente niet?

Ik zou het te prijzen vinden dat, als je zó staat voor je zaak dat je daarvoor je baan opzegt, dat je daarvan dan ook de financiële consequenties moet willen dragen.

Het is misschien een beetje flauw van mij om wethouder Veldhuizen in deze column als voorbeeld te nemen. Het gaat mij ook niet om wethouder Veldhuizen maar meer om het principe of een wethouder die het niet eens kan worden met haar collega’s, opstapt en wachtgeld krijgt. Naast wethouder Veldhuizen zijn er namelijk ieder jaar vele tientallen wethouders die vanwege een afwijkend standpunt opstappen en nog jaren wachtgeld incasseren.

Haar collega-wethouders reageerden begripvol op haar beslissing. Dorpsbewoners prezen het feit dat haar principes kennelijk belangrijker waren dan de status van een baan als wethouder.

Maar ik vraag me af of iedereen zo begripvol is als ze zich realiseren dat dit principe van de wethouder haar gemeente een kleine 200.000 euro bruto aan wachtgeld kan gaan kosten.

Dat is nog een verschil tussen gewone werknemers en wethouders: een werkgever voelt het betalen van geld aan zijn ex-werknemer in zijn eigen portemonnee, maar bij een politicus voelt niemand zich bestolen. Toch moeten we goed beseffen dat het ons aller geld is dat hier verkwanseld wordt.

 

Deel dit artikel

Geef een reactie op dit artikel

Jouw bericht