Centrale Raad van Beroep oordeelt over AOW-gat wachtgeld Defensie

22 jul 2016 - (website rechtspraak.nl/organisatie/CRvB)

Centrale Raad van Beroep oordeelt over AOW-gat wachtgeld Defensie

De Centrale Raad van Beroep heeft op 18 juli 2016 uitspraken gedaan in zaken over voormalige ambtenaren van het ministerie van Defensie die een inkomensverlies lijden vanwege de verhoging van de AOW-leeftijd (AOW-gat). Geoordeeld is dat de beëindiging van een wachtgelduitkering bij 65 jaar met de gelijktijdige toekenning van een maandelijkse tegemoetkoming een verboden onderscheid naar leeftijd oplevert.

De Centrale Raad van Beroep is de hoogste rechter op het gebied van het sociale bestuursrecht, het ambtenarenrecht en delen van het pensioenrecht.

De betrokkenen in deze zaken zijn werkzaam geweest als burgerambtenaar bij het ministerie van Defensie. Zij ontvangen een wachtgelduitkering op grond van het Wachtgeldbesluit burgerlijke ambtenaren defensie tot aan het bereiken van de 65-jarige leeftijd. In 2013 is een stapsgewijze verhoging van de AOW-leeftijd ingevoerd. Daardoor hebben betrokkenen niet langer recht op een AOW-uitkering vanaf 65 jaar, maar vanaf een later moment. Zij worden hierdoor geconfronteerd met een AOW-gat. De minister heeft hiervoor een voorziening getroffen. Die houdt in dat betrokkenen vanaf de leeftijd van 65 jaar een maandelijkse tegemoetkoming ontvangen. Verder heeft de minister gewezen op de mogelijkheid om hun ABP-pensioen vervroegd in te laten gaan.

De Centrale Raad oordeelt dat de beëindiging van wachtgeld bij 65 jaar met gelijktijdige toekenning van de voorziening een verboden onderscheid naar leeftijd oplevert. Betrokkenen hadden een gerechtvaardigde aanspraak dat hun pensioen op hun wachtgeld aansloot, zodat hun inkomensvoorziening verzekerd was. De getroffen voorziening vormt hierop een te grote inbreuk, omdat die leidt tot een groot verlies aan inkomsten in verhouding tot hun wachtgeld. De maandelijkse tegemoetkoming is netto veel lager dan een reguliere AOW-uitkering. Verder kan van betrokkenen in redelijkheid niet worden gevergd dat zij gebruik maken van de mogelijkheid hun ABP-pensioen eerder te laten ingaan. Dit zou voor hen voor de rest van hun leven een lager bedrag aan ouderdomspensioen meebrengen.

De minister moet nu nieuwe beslissingen nemen met inachtneming van de uitspraken van de Centrale Raad.

Dit is een persbericht op basis van de genoemde uitspraken van de Centrale Raad van Beroep. Bij verschil tussen dit persbericht en de volledige uitspraken zijn laatstgenoemde beslissend.

 

Deel dit artikel

Geef een reactie op dit artikel

Jouw bericht